Deze week ontstond er heel wat ophef over de Facebookpost van onze burgemeester. Vooral partijen aan de linkerzijde reageerden scherp. Elke Van den Brandt, minister van Openbare Werken, Mobiliteit en Verkeersveiligheid voor Groen in de Brusselse regering van lopende zaken, noemde de uitspraken van onze burgemeester zelfs racistisch. Anderen spraken van stigmatisering.
Toch is de vergelijking van Brussel met een olievlek helemaal niet nieuw. Vlaamse journalisten gebruikten die term al in de jaren dertig, toen vooral om de verfransing van de Vlaamse Rand te duiden. Vandaag ligt die metafoor gevoeliger, zeker bij een aantal Brusselse politici aan de linkerkant van het politieke spectrum.
Wat echter moeilijk te ontkennen valt, is dat het ontbreken van een volwaardige Brusselse regering — ondertussen al meer dan anderhalf jaar — en het beleid van de PS in de voorbije twintig jaar Brussel in een bijzonder moeilijke situatie hebben gebracht. Criminaliteit, drugsproblematiek, oudejaarsrellen, wijken waar politie nog amper durft te komen… het zijn uitdagingen waar men maar geen vat op lijkt te krijgen.
Brussel heeft nood aan een krachtdadig beleid: een beleid dat kansen biedt, criminaliteit aanpakt en de stad opnieuw laat schitteren. De vraag is alleen of Brussel dat nog alleen kan. Persoonlijk denk ik van niet.
De federale overheid moet middelen vrijmaken om straffeloosheid, criminaliteit, werkloosheid en netheid in Brussel aan te pakken. De voorbije anderhalf jaar tonen pijnlijk aan dat Brussel het niet alleen redt en dat het moeilijk blijkt om een stabiel beleid uit te stippelen met een meerderheid aan zowel Vlaamse als Franstalige kant.
Liesbeth List zong ooit: “Brussel was toen nog een bruisende stad.” En Brussel is vandaag nog steeds bruisend, met veel mooie kanten. Duizenden Vlamingen gaan er dagelijks werken. Vele mensen — waaronder mijn vrouw, die lesgeeft in een Brusselse school — zetten zich elke dag in om van Brussel een betere stad te maken. Er zit enorm veel talent en potentieel bij Brusselse jongeren en bij de Brusselaars in het algemeen. Maar een grootstad brengt nu eenmaal ook grote uitdagingen met zich mee, ondanks alle inzet op het terrein.
Ook burgemeesters uit de Vlaamse Rand vragen al jaren extra middelen om de gevolgen van hun ligging vlak bij de hoofdstad aan te pakken: verfransing, stijgende criminaliteit en andere grootstedelijke problemen.
De cijfers in Halle spreken voor zich: tussen 1 november en 20 januari registreerde de politie 111 feiten. Onze burgemeester schreef vijf plaatsverboden uit, waarvan slechts één persoon uit Halle zelf afkomstig is.
Niet alle criminaliteit in onze regio komt uit Brussel of van Vilvoordse jongeren — dat zou de werkelijkheid tekortdoen, en dat was ook nooit de boodschap. Waar het wél om gaat, is dat je als Hallenaar en burgemeester niet kan tolereren dat dergelijke feiten zich in onze stad afspelen. Halle mag niet het Chicago aan de Zenne worden. Daarom is het positief dat de gemeenteraad een krachtig signaal heeft gegeven en bijkomende maatregelen heeft goedgekeurd. Die kleine minderheid die het niet goed meent, heeft geen plaats in onze stad.
Het stadsbestuur zal de komende jaren blijven investeren in veiligheid en bijkomende middelen, zodat Halle een veilige en warme stad blijft waar iedereen welkom is — zolang men onze normen, waarden en regels respecteert.

Een reactie achterlaten