Tag: halle

  • Halle moet 564 extra sociale woningen realiseren tegen 2042

    Volgens de Vlaamse huisvestingsnorm moet Halle tegen 2042 maar liefst 564 extra sociale woningen realiseren. Dat wordt vandaag naar voren geschoven als een onvermijdelijke doelstelling, bijna als een dogma.

    Vandaag staan in Halle 895 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning. Vlaanderen plant tegen 2042 in totaal 56.000 extra sociale woningen, om zo de wachtlijst van 215.337 mensen te verkleinen. Daarvoor voorziet de Vlaamse overheid deze legislatuur meer dan 1 miljard euro per jaar.

    Maar cijfers alleen lossen geen problemen op.
    De echte vraag is: is dit beleid realistisch en verantwoord?
    Doet een stad als Halle vandaag al niet genoeg? En vooral: hoeveel meer moet de Halse belastingbetaler betalen voor een beleid dat structurele blokkades negeert?

    In Halle tellen we vandaag 1.075 sociale woningen. Daarvan staan er een 62-tal leeg, vooral omdat ze wachten op renovatie. In onze provincie gaat het om 1.286 leegstaande sociale woningen; in heel Vlaanderen zelfs om 8.615. Dat zijn geen cijfers van “gebrek”, maar van wanbeheer en stilstand.

    Waar renovaties eenvoudig zijn, kan het wél. In Vogelweelde maakte Woonpunt Zennevallei onlangs 185 woningen energiezuiniger zonder totaalrenovatie. Maar in Lembeek en ’t Windmoleke blijven woningen leegstaan omdat regelgeving complex is, procedures aanslepen en budgetten tekortschieten. Jarenlang.
    Voor die realiteit sluiten sommige partijen liever de ogen.

    Toch klinkt vanuit PVDA, Vooruit en Groen steeds luider de oproep om nog meer sociale woningen te bouwen. PVDA wil zelfs dat 15% van alle woningen in Halle sociaal wordt. Niet als debatpunt, maar als vanzelfsprekendheid. Het stadsbestuur wordt onder druk gezet om koste wat kost de norm te halen, los van context, draagvlak of gevolgen.

    Maar wie durft de fundamentele vraag nog stellen: voor wie zijn die sociale woningen bedoeld?
    Voor Hallenaren met een duidelijke band met de stad? Mensen die hier geboren zijn, hier werken en hier hun toekomst zien? Of wordt Halle steeds meer ingezet als opvangstad zonder duidelijke grenzen of voorwaarden?

    En hoever willen we daarin gaan?
    Gaan we de laatste groene ruimtes opofferen? Gaan we opnieuw monofunctionele woonblokken bouwen zoals we die uit het verleden kennen? Gaan we bewust wijken creëren waar problemen geconcentreerd worden, ondanks alle historische lessen?

    Een sociale mix is geen voetnoot, maar een harde randvoorwaarde voor leefbare buurten. Wie daar licht overgaat, speelt met de toekomst van hele wijken.

    Laat één zaak duidelijk zijn: wie hulp nodig heeft, moet geholpen worden.
    Maar hulp moet versterken, niet vastzetten.

    Een sociale woning moet een springplank zijn, geen eindstation. Tijdelijke ondersteuning die mensen stimuleert om Nederlands te leren, werk te zoeken, te sparen en zelfstandig vooruit te gaan. Zonder doorstroming verstikt het systeem zichzelf.

    Is het verdedigbaar dat mensen na 20 of 30 jaar nog steeds in een sociale woning blijven wonen die ondertussen veel te groot is geworden? Dat is geen sociale rechtvaardigheid, dat is gebrek aan durf om beleid te voeren.

    Vandaag zoekt de stad terecht samenwerking met private eigenaars en bouwondernemingen via sociale verhuur, en bestaan er huurpremies voor wie lang wacht. Dat zijn pragmatische oplossingen. Maar ze botsen telkens opnieuw op een ideologisch discours dat alleen inzet op meer bouwen, niet op beter beheren.

    Als we het probleem écht willen aanpakken, moet werken opnieuw lonen.
    Meer netto overhouden, hogere laagste lonen, effectieve begeleiding naar werk. Werk betekent niet alleen inkomen, maar ook structuur, waardigheid en perspectief. Dáár begint duurzame woonzekerheid.

    Meer mensen aan het werk betekent minder druk op sociale huisvesting. Dat geeft ruimte aan wie het echt nodig heeft én respecteert wie bijdraagt.

    Groen, Vooruit en PVDA blijven vasthouden aan cijfers en quota.
    Maar steden worden niet bestuurd met slogans, wel met keuzes.

    De vraag die vandaag te weinig wordt gesteld, is niet of Halle de norm kan halen.
    De echte vraag is: welk Halle willen we bouwen — en wat wil de Hallenaar zelf?

  • Halle bekijkt hoe buurtwerking in Windmoleke en Vogelweelde kan evolueren

    De buurtwerking in de wijken Vogelweelde en Windmoleke wordt het komende jaar grondig geëvalueerd.

    Deze buurtwerkingen bestaan al meer dan 20 jaar en worden vandaag, via een overheidsopdracht, uitgevoerd door Groep Intro. Die opdracht loopt af in 2027 en zal niet automatisch worden verlengd. Het stadsbestuur wil deze gelegenheid aangrijpen om te onderzoeken hoe de buurtwerking er in de toekomst best wordt georganiseerd en wie ze het meest kwalitatief kan uitvoeren.

    Intussen vond al een eerste constructief overleg plaats met Groep Intro, dat momenteel de buurtwerking verzorgt. De stad bekijkt of een nieuwe overheidsopdracht kan zorgen voor een nog sterkere en kwalitatievere buurtwerking. Daarbij wordt onderzocht of verschillende aanbieders kunnen bijdragen aan een optimale invulling van het werk dat vandaag door drie buurtwerkers wordt verricht.

    Samen met de betrokken partners wil de stad ook de prioritaire taken binnen de buurtwerking scherp stellen. Halle beschikt immers al over een uitgebreid sociaal aanbod, met drie dienstencentra, een sociaal restaurant en een naschoolse jongerenwerking. Schepen Benjamin Swalens verwoordde het in Het Nieuwsblad als volgt: “Dubbel werk willen we vermijden.”

    Het stadsbestuur benadrukt uitdrukkelijk dat er geen sprake van is dat de buurtwerking zou worden afgebouwd tot één enkele buurtwerker, zoals sommige oppositiepartijen suggereren. De bedoeling is net om de werking te versterken en toekomstbestendig te maken.

    Volgens oppositiepartij Vooruit verdient CD&V Halle met dit dossier zelfs een plaats in Humo’s Comedy Cup: CD&V wil de hockeymogelijkheden onderzoeken, maar Vooruit stelt dat dit samengaat met sociale afbraak. Die karikatuur doet echter geen recht aan de werkelijkheid. Investeren in sport en tegelijkertijd nagaan hoe de sociale werking in de wijken het best kan worden georganiseerd en verbeterd, sluiten elkaar niet uit. In een tijd waarin steden en gemeenten zorgvuldig moeten omgaan met hun middelen, getuigt het net van verantwoordelijk bestuur om bestaande initiatieven te evalueren, te verbeteren en waar nodig te optimaliseren.

    Op langere termijn wil de stad bovendien samen met Woonpunt Zennevallei onderzoeken hoe ze de sociale mix in wijken kunnen versterken om de leefbaarheid te vergroten, de sociale cohesie te bevorderen en segregatie tegen te gaan. Door bewoners met verschillende achtergronden samen te brengen, willen ze buurten veerkrachtiger maken en eenzaamheid voorkomen.

  • “Zonder hockeysite geen Red Lions uit Halle”

    Als het van de Vooruit-fractie in Halle afhangt, zullen de volgende Red Lions alvast niet uit onze stad komen.

    Bij zowat elke beleidsbeslissing zoekt Vooruit opnieuw een aanleiding om het onderzoek naar een volwaardige hockeysite op de Lamme Guiche te ondermijnen. In plaats van mee te bouwen aan sportkansen voor onze jeugd, kiest men ervoor om twijfel te zaaien en vooruitgang af te remmen.

    Hockey Vlaanderen is nochtans duidelijk: Halle is vandaag een ‘blinde vlek’ op de hockeykaart, terwijl de vraag in onze regio sterk groeit. De omvorming van het voormalige voetbalstadion Lamme Gisj tot een moderne hockeysite is een unieke kans om deze leemte eindelijk weg te werken en onze stad sportief te versterken.

    De feiten spreken voor zich:

    • Een groeiende vraag die niet langer genegeerd kan worden: Hockey wint snel aan populariteit, maar inwoners uit Halle moeten vandaag uitwijken naar andere gemeenten om hun sport te kunnen beoefenen.
    • Een beschikbare en geschikte locatie: Het voormalige stadion van SK Halle is een logische keuze. De site beschikt al over waardevolle infrastructuur, zoals tribunes en kleedkamers, en kan efficiënt worden herbestemd.
    • Sterke partnerschappen: De samenwerking tussen de stad Halle, Hockey Vlaanderen en Sport Vlaanderen zet in op jeugdwerking, clubvorming en vrijwilligers — een investering in de toekomst van onze gemeenschap.
    • Explosieve groei van de sport: Het ledenaantal bij Hockey Vlaanderen steeg van 6.830 in 2002 naar meer dan 31.000 in 2025. Nieuwe infrastructuur is geen luxe, maar een noodzaak.

    Vandaag moeten hockeyspelers uit onze regio uitwijken naar Sint-Genesius-Rode of zelfs over de taalgrens naar Edingen. Dat is een gemiste kans voor Halle.

    De geraamde investering voor de hockeysite op de Lamme Guiche bedraagt ongeveer 1,5 miljoen euro. Het financiële onderzoek loopt nog, maar één zaak is duidelijk: investeren in sportinfrastructuur is investeren in onze jeugd, onze verenigingen en de toekomst van Halle.

  • Patiënt in Vlaamse Rand mag niet langer voor Nederlandstalig ziekenhuis kiezen na arrest Raad van State

    Bij dringend patiëntenvervoer bepaalt normaal gezien de snelst bereikbare ziekenhuislocatie de bestemming van de 112-ambulance. In 2023 kwam er voor de Vlaamse rand rond Brussel eindelijk een verstandige aanvulling: patiënten mochten kiezen om naar een Nederlandstalig ziekenhuis gebracht te worden, zolang de omweg niet meer dan twaalf minuten bedroeg en hun leven daardoor niet in gevaar kwam.

    Na een klacht van een Franstalig ziekenhuis heeft de Raad van State die regeling echter teruggedraaid. Het resultaat? Patiënten uit de Druivenstreek en uit tal van andere gemeenten in de Vlaamse rand worden opnieuw vaker naar Brusselse ziekenhuizen gebracht waar men amper Nederlands spreekt.

    Wat dit extra wrang maakt, is dat het voor Franstalige ziekenhuizen perfect mogelijk is om als Nederlandstalig erkend te worden. Ze kunnen Nederlandstalig personeel aanwerven of hun medewerkers taalopleidingen laten volgen. In plaats van volop te investeren in Nederlandstalige zorg voor hun patiënten, kiezen sommige instellingen er blijkbaar voor om juridische procedures op te starten.

    In een interview dit weekend verklaarde Peter Fontaine, CEO van de Europa Ziekenhuizen (waaronder Sint-Elisabeth in Ukkel), dat zijn groep inspanningen levert: Nederlandse lessen voor personeel, taalcoaches, opleidingen en premies voor tweetaligheid. Volgens hem was hun klacht niet bedoeld omdat ze van een lijst van erkende Nederlandstalige ziekenhuizen zouden zijn geschrapt en ontvangen ze ook geen Vlaamse subsidies.

    Toch leert de dagelijkse praktijk iets anders. Veel Nederlandstalige patiënten botsen in Brusselse ziekenhuizen nog altijd op taalproblemen. Buiten het UZ Brussel in Jette is er nauwelijks een kliniek waar men consequent tweetalige zorg kan garanderen. Dat is geen detail, maar een fundamenteel probleem: in de zorg is duidelijke communicatie cruciaal.

    Voor mij voelt deze beslissing als een stap terug in de tijd. Ze doet denken aan de periode waarin Halle nog geen MUG had en patiënten uit Halle en het Pajottenland vaak in het Frans geholpen werden. Dat leidde geregeld tot misverstanden, verkeerd rijden en verlies van kostbare tijd — risico’s die niemand in noodsituaties zou mogen lopen.

    Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat de Raad van State hierin is meegegaan. Patiënten uit de Vlaamse rand verdienen de garantie dat ze, wanneer dat medisch verantwoord is, kunnen kiezen voor zorg in hun eigen taal. Het is hoog tijd dat er orde op zaken wordt gesteld door minister Vandenbroucke en dat mensen opnieuw kunnen opteren voor ziekenhuizen in onder meer Leuven, Vilvoorde of Jette, in plaats van verplicht terecht te komen in instellingen waar ze zich moeilijk verstaanbaar kunnen maken. Zorg in je eigen taal is geen luxe, maar een basisrecht.

  • De storm rond de burgemeester: durven we Brussel nog benoemen?

    Deze week ontstond er heel wat ophef over de Facebookpost van onze burgemeester. Vooral partijen aan de linkerzijde reageerden scherp. Elke Van den Brandt, minister van Openbare Werken, Mobiliteit en Verkeersveiligheid voor Groen in de Brusselse regering van lopende zaken, noemde de uitspraken van onze burgemeester zelfs racistisch. Anderen spraken van stigmatisering.

    Toch is de vergelijking van Brussel met een olievlek helemaal niet nieuw. Vlaamse journalisten gebruikten die term al in de jaren dertig, toen vooral om de verfransing van de Vlaamse Rand te duiden. Vandaag ligt die metafoor gevoeliger, zeker bij een aantal Brusselse politici aan de linkerkant van het politieke spectrum.

    Wat echter moeilijk te ontkennen valt, is dat het ontbreken van een volwaardige Brusselse regering — ondertussen al meer dan anderhalf jaar — en het beleid van de PS in de voorbije twintig jaar Brussel in een bijzonder moeilijke situatie hebben gebracht. Criminaliteit, drugsproblematiek, oudejaarsrellen, wijken waar politie nog amper durft te komen… het zijn uitdagingen waar men maar geen vat op lijkt te krijgen.

    Brussel heeft nood aan een krachtdadig beleid: een beleid dat kansen biedt, criminaliteit aanpakt en de stad opnieuw laat schitteren. De vraag is alleen of Brussel dat nog alleen kan. Persoonlijk denk ik van niet.

    De federale overheid moet middelen vrijmaken om straffeloosheid, criminaliteit, werkloosheid en netheid in Brussel aan te pakken. De voorbije anderhalf jaar tonen pijnlijk aan dat Brussel het niet alleen redt en dat het moeilijk blijkt om een stabiel beleid uit te stippelen met een meerderheid aan zowel Vlaamse als Franstalige kant.

    Liesbeth List zong ooit: “Brussel was toen nog een bruisende stad.” En Brussel is vandaag nog steeds bruisend, met veel mooie kanten. Duizenden Vlamingen gaan er dagelijks werken. Vele mensen — waaronder mijn vrouw, die lesgeeft in een Brusselse school — zetten zich elke dag in om van Brussel een betere stad te maken. Er zit enorm veel talent en potentieel bij Brusselse jongeren en bij de Brusselaars in het algemeen. Maar een grootstad brengt nu eenmaal ook grote uitdagingen met zich mee, ondanks alle inzet op het terrein.

    Ook burgemeesters uit de Vlaamse Rand vragen al jaren extra middelen om de gevolgen van hun ligging vlak bij de hoofdstad aan te pakken: verfransing, stijgende criminaliteit en andere grootstedelijke problemen.

    De cijfers in Halle spreken voor zich: tussen 1 november en 20 januari registreerde de politie 111 feiten. Onze burgemeester schreef vijf plaatsverboden uit, waarvan slechts één persoon uit Halle zelf afkomstig is.

    Niet alle criminaliteit in onze regio komt uit Brussel of van Vilvoordse jongeren — dat zou de werkelijkheid tekortdoen, en dat was ook nooit de boodschap. Waar het wél om gaat, is dat je als Hallenaar en burgemeester niet kan tolereren dat dergelijke feiten zich in onze stad afspelen. Halle mag niet het Chicago aan de Zenne worden. Daarom is het positief dat de gemeenteraad een krachtig signaal heeft gegeven en bijkomende maatregelen heeft goedgekeurd. Die kleine minderheid die het niet goed meent, heeft geen plaats in onze stad.

    Het stadsbestuur zal de komende jaren blijven investeren in veiligheid en bijkomende middelen, zodat Halle een veilige en warme stad blijft waar iedereen welkom is — zolang men onze normen, waarden en regels respecteert.